Leereenheid 5: Het christendom

Christenen geloven in Jezus als de zoon van God. Het christendom is ontstaan vanuit het jodendom en heeft zich over grote delen van de wereld verspreid.

Opbouw van deze leereenheid

  • Lees § 5.1 op deze website: Introductie christendom
  • Bekijk de uitlegvideo over het jodendom
  • Maak opdracht 1
  • Lees p. 113 t/m 125 uit het boek Een wereld vol geloof
  • Maak opdracht 2
  • Lees § 5.2 op deze website: Kennismaken met een christen
  • Bekijk de interviewvideo
  • Maak opdracht 3
  • Lees p. 126 t/m 145 uit het boek Een wereld vol geloof
  • Maak opdracht 4
  • Lees § 5.3 op deze website: Hoe kun je het christendom tegenkomen in de klas?
  • Maak opdracht 5 en 6

5.1 Introductie christendom

Wereldwijd, ook in Nederland, zijn er miljoenen christenen. Zij geloven in Jezus als de zoon van God. Het christendom is zo’n tweeduizend jaar geleden ontstaan vanuit het jodendom en heeft zich over grote delen van de wereld verspreid. De naam christendom verwijst naar ‘Christus’. Dat betekent gezalfde en het verwijst naar Jezus, die door christenen wordt gezien als de messias die gekomen is. In Nederland kun je verschillende christelijke stromingen tegenkomen: katholieke, protestantse en oosters-orthodoxe christenen. Die stromingen zijn dan nog weer onderverdeeld in kleinere stromingen. Naast behoorlijk grote verschillen tussen deze stromingen zijn er ook veel overeenkomsten. De belangrijkste daarvan ontdek je in deze module.

Bekijk de uitlegvideo over het christendom. Maak aantekeningen van dingen die je wilt onthouden of waar je meer van zou willen weten.

Opdracht 1: Bekend of onbekend?

Zijn in de uitlegvideo dingen verteld die je al wist? Zijn er dingen verteld die je nog niet wist? Denk je dat jij van het christendom meer of minder voorkennis hebt dan van andere tradities? Hoe komt dat?

Lees nu p. 113 t/m 125 van het boek ‘Een wereld vol geloof’. Maak aantekeningen van dingen die je wilt onthouden of waar je meer van zou willen weten.

Opdracht 2

Kun je in je eigen woorden uitleggen hoe het christendom zich verhoudt tot het jodendom? Gebruik hierbij vooral de informatie die je gelezen hebt over Jezus (p. 114) en de informatie over de Bijbel op p. 117.

5.2 Kennismaken met een christen

Het christendom gaat niet alleen over de Bijbel, God, overtuigingen en ideeën; het gaat ook over mensen die zich in hun dagelijks leven laten inspireren door deze geloofstraditie. In deze video maak je kennis met Levien Roggeband, die vertelt wat het voor hem betekent om christen te zijn.

Opdracht 3: Interview met Levien Roggeband

Wat valt jou het meest op aan het interview met Levien? Zijn er vragen waar je zelf ook antwoord op zou willen geven?

Lees nu p. 126 t/m 145 van het boek ‘Een wereld vol geloof’. Maak aantekeningen van dingen die je wilt onthouden of waar je meer van zou willen weten.

Opdracht 4: Jouw geloofsbelijdenis

Paragraaf 5.3 in het boek begint met het onderwerp geloofsbelijdenis. Niet alleen het christendom kent zo’n omschrijving van het geloof, maar ook andere tradities zoals bijvoorbeeld de islam. In een geloofsbelijdenis proberen mensen de belangrijkste kern van hun geloof in woorden te vatten. Hoe zou jij jouw eigen visie op het leven samenvatten? Wat zijn voor jou belangrijke waarden of uitgangspunten? Probeer het samen te vatten in maximaal 250 woorden.

5.3 Hoe kun je het christendom tegenkomen in de klas?

De manier waarop je het christendom kunt tegenkomen in jouw klas, hangt sterk af van de populatie op jouw school. Daarbij kan ook de specifieke christelijke stroming een rol spelen: een evangelische christen praat en denkt over sommige dingen bijvoorbeeld anders dan een reformatorische of vrijzinnige christen.

Opdracht 5: Een kijkje in jouw groep

Ga in gedachten de kinderen in je eigen groep langs. Weet je of er kinderen zijn die een religieuze achtergrond hebben? Zo ja: welke? Zijn er specifieke momenten waarop dit zichtbaar wordt? Zou je er aandacht aan willen besteden en zo ja, op welke manier?

Opdracht 6: Wat heb je geleerd?

Download het invulblad van opdracht 4, of vat in je eigen aantekeningen samen wat je in deze module hebt geleerd.

 

Einde van deze leereenheid